Alfa-gal (α-Gal) is een suikermolecuul dat voorkomt in de cellen van de meeste zoogdieren. Bij mensen met het alpha-gal-syndroom herkent het afweersysteem alfa-gal als een lichaamsvreemde stof.
Na blootstelling kan het immuunsysteem Ig-antistoffen tegen alfa-gal activeren. Wanneer alfa-gal vervolgens opnieuw het lichaam binnenkomt, kunnen deze antistoffen mestcellen en andere afweercellen activeren. Daarbij komen stoffen zoals histamine vrij.
Een bijzonder kenmerk van alpha-gal is dat een reactie vaak niet onmiddellijk hoeft op te treden. Klachten kunnen soms pas enkele uren na het eten van zoogdiervlees of een ander product dat alfa-gal bevat ontstaan.
De vrijgekomen ontstekingsstoffen kunnen verschillende delen van het lichaam beïnvloeden. Mogelijke klachten zijn:
Huid: jeuk, roodheid, galbulten (netelroos) en zwelling.
Maag en darmen: buikpijn, misselijkheid, braken en diarree.
Luchtwegen: hoesten, een piepende ademhaling of benauwdheid.
Algemeen: duizeligheid, zwakte of een gevoel van onwel worden.
In ernstige gevallen kan een anafylactische reactie ontstaan. Dit is een ernstige allergische reactie die snel medische behandeling vereist.
De hoeveelheid alfa-gal, het soort product en de individuele gevoeligheid kunnen invloed hebben op de ernst van de reactie. Ook factoren zoals lichaamsbeweging, alcohol en andere omstandigheden kunnen bij sommige mensen een reactie beïnvloeden.
Gegrond inzicht in de allergie vormt het startpunt van doeltreffende desensibilisatie.
Door de complexe wisselwerking tussen tekenbeet, alfa-gal-molecuul en immuunsysteem te doorgronden, kunnen we een gericht behandelprotocol opstellen dat verder gaat dan enkel symptoombestrijding.
De Drie Fasen van Behandeling
Herkenning
SAAT
We beginnen met een grondige analyse van uw symptomen en medische geschiedenis om het Alpha-gal syndroom te identificeren.
Aan de hand van spiertesten kunnen we nagaan of het alpha-gal syndroom actief is in uw systeem. Een andere optie zou zijn dat u bij de huisarts of Tropisch instituut dit laat vaststellen aan de hand van een bloedafname.
Op basis van de verkregen gegevens gaan we aan de slag met de SAAT methode met als doel de overreactie van het lichaam uit te schakelen.
