Alfa-gal Syndroom: Oorsprong en Mechanica
De Biologie Achter Alfa-gal
Alfa-gal (α-Gal) is een suikermolecuul dat van nature voorkomt in de cellen van de meeste zoogdieren. Bij mensen met het alfa-gal syndroom reageert het afweersysteem op alfa-gal alsof het een lichaamsvreemde stof is. Het gaat om een bijzondere vorm van allergie, omdat de reactie vaak vertraagd optreedt en niet direct na blootstelling merkbaar is.
Na een eerdere blootstelling kan het immuunsysteem IgE-antistoffen tegen alfa-gal aanmaken. Wanneer iemand met deze antistoffen opnieuw wordt blootgesteld aan alfa-gal, kunnen onder andere mestcellen en basofiele granulocyten worden geactiveerd. Hierbij komen stoffen zoals histamine vrij. Deze stoffen veroorzaken de verschillende verschijnselen van een allergische reactie.
Een belangrijk kenmerk van het alfa-gal syndroom is de vertraagde reactie. In tegenstelling tot veel andere voedselallergieën ontstaan klachten vaak pas enkele uren na blootstelling. Dit kan het moeilijk maken om een verband te leggen tussen de klachten en het voedingsmiddel of product dat de reactie heeft veroorzaakt.
De klachten kunnen sterk verschillen per persoon en kunnen variëren van mild tot ernstig. Mogelijke klachten zijn:
Huid: jeuk, roodheid, galbulten (netelroos) en zwelling, bijvoorbeeld van het gezicht, de lippen of oogleden.
Maag en darmen: buikpijn, buikkrampen, misselijkheid, braken en diarree.
Luchtwegen: hoesten, een piepende ademhaling, een beklemmend gevoel op de borst of benauwdheid.
Hart en bloedsomloop: duizeligheid, een zwakke of snelle hartslag, een daling van de bloeddruk of een gevoel van flauwvallen.
Algemeen: plotselinge vermoeidheid, zwakte of een sterk gevoel van onwel worden.
In ernstige gevallen kan een anafylactische reactie ontstaan. Dit is een ernstige, potentieel levensbedreigende allergische reactie waarbij meerdere organen en lichaamssystemen betrokken kunnen zijn. Bij ernstige of snel toenemende klachten is directe medische hulp noodzakelijk.
Het mechanisme
Waarom kan de reactie vertraagd zijn?
Er is nog geen algemene consensus over waardoor de reactie bij alfa-gal vertraagd is. Algemeen wordt het volgende gespeculeerd:
De reactie is vertraagd omdat het immuunsysteem pas reageert wanneer de relevante vorm van alfa-gal na de vertering en opname in het lichaam de mestcellen en andere afweercellen kan bereiken. Alfa-gal kan in voedingsmiddelen onder andere voorkomen op vetmoleculen (glycolipiden). Deze vetten worden tijdens de spijsvertering anders verwerkt dan eiwitten en worden onder andere verpakt in chylomicronen, die via het lymfestelsel en vervolgens de bloedbaan worden vervoerd. Hierdoor kan het enkele uren duren voordat de relevante vorm van alfa-gal de afweercellen bereikt en een allergische reactie veroorzaakt.
Alfa-gal (α-Gal) komt van nature voor in de cellen van de meeste niet-menselijke zoogdieren. Daardoor kan alfa-gal aanwezig zijn in voedingsmiddelen en andere producten die afkomstig zijn van zoogdieren. Voor mensen met het alfa-gal syndroom (AGS) is vooral belangrijk dat de hoeveelheid alfa-gal en de manier waarop het in een product aanwezig is, per product sterk kan verschillen.
Zoogdiervlees
De belangrijkste voedingsmiddelen die alfa-gal kunnen bevatten zijn vleessoorten afkomstig van zoogdieren. Het gaat onder andere om:
Rundvlees
Varkensvlees
Lamsvlees
Geitenvlees
Hertenvlees en ander wild
Konijn
Andere vleessoorten afkomstig van zoogdieren
Ook producten waarin deze vleessoorten zijn verwerkt, kunnen relevant zijn. Denk bijvoorbeeld aan worst, gehaktproducten, vleeswaren, bouillon, jus, stoofschotels en kant-en-klare maaltijden waarin zoogdierproducten zijn verwerkt.
De hoeveelheid alfa-gal is niet in ieder deel van een dier hetzelfde. Ook de bereidingswijze en samenstelling van een product kunnen van invloed zijn op de blootstelling. Daarom kan de reactie op een bepaald voedingsmiddel per persoon verschillen.
Organen en vetrijke producten
Ook organen en andere dierlijke weefsels van zoogdieren kunnen alfa-gal bevatten. Voorbeelden zijn lever, nieren en andere orgaanvleesproducten. Daarnaast kunnen vetrijke producten van zoogdieren voor sommige mensen met AGS extra relevant zijn.
Dit hangt onder meer samen met het feit dat alfa-gal ook aanwezig kan zijn op glycolipiden, waarbij alfa-gal gekoppeld is aan vetmoleculen. Dit is mogelijk mede een verklaring voor het kenmerkende vertraagde verloop van een reactie na het eten van zoogdierproducten.
Gelatine en collageen
Gelatine wordt gemaakt uit collageen van dieren en kan afkomstig zijn van bijvoorbeeld runderen of varkens. Gelatine kan daarom relevant zijn voor mensen met AGS. Het kan voorkomen in onder andere:
snoep en marshmallows;
desserts en geleiproducten;
sommige zuivel- en voedingsproducten;
capsules van geneesmiddelen en voedingssupplementen;
sommige andere verwerkte voedingsmiddelen.
Ook collageen en ingrediënten die daarvan zijn afgeleid kunnen afkomstig zijn van zoogdieren. Of een specifiek product een risico vormt, hangt onder andere af van de dierlijke bron en de individuele gevoeligheid.
Zuivelproducten
Melk van zoogdieren, zoals koemelk en geitenmelk, bevat van nature alfa-gal. Toch betekent dit niet dat iedereen met AGS zuivelproducten moet vermijden. De meeste mensen met AGS verdragen sommige of veel zuivelproducten, terwijl anderen er wel klachten van kunnen krijgen.
De reactie kan bovendien verschillen afhankelijk van het type product. Vette zuivelproducten kunnen voor sommige mensen relevanter zijn dan magere varianten. Voorbeelden van zuivelproducten zijn melk, room, boter, kaas en ijs.
Daarom is het niet verstandig om op basis van alleen de aanwezigheid van alfa-gal automatisch alle zuivel te vermijden. De persoonlijke tolerantie is hierbij belangrijk.
